Aikido

"Aikido": de weg van de harmonie, van eenheid en van natuurlijke samenhang. Tot dit inzicht kwam Moribei Ueshiba. Alles hangt onderling samen zo ook in de krijgskunsten. Aanvaller en verdediger nemen samen deel aan een proces. Beide zijn betrokken in hetzelfde conflict, alleen hebben zij hun eigen functie in dit conflict.Op ieder moment en in alle omstandigheden moeten "eenheid" en "harmonie"tot uiting komen. Zeker wanneer men aan het trainen is met een partner op de tatami. Het klinkt allemaal erg paradoxaal als men spreekt over "in harmonie om te gaan met een tegenstander".Het eerst moment dat je geconfronteerd wordt met je eigen instelling komt naar voren in de dojo. Hoe is je houding ten opzichte van het onbekende, andere beoefenaars. Je bent in een oefenruimte waar feitelijk beslist wordt over leven en dood. Wees altijd zorgvuldig en waakzaam en vol aandacht. Behandel andere beoefenaars met respect.
Een van de belangrijkste elementen in alle oefeningen is de ademhaling. De ademhaling vormt de brug tussen lichaam en geest. Een juiste ademhaling schept de mogelijkheid tot goed oefenen.
Probeer tijdens het trainen je eigen onbevangenheid en kalmte te bewaren. Blijf rustig ga niet forceren. Bij aikido zijn de twee basis begrippen "centrum" en "extensie". Het centrum is je voelbare zwaartepunt van waaruit alle bewegingen worden gecoördineerd. ( het ligt een handbreedte onder de navel en is voelbaar als je ontspannen beweegt)
Onder extensie wordt verstaan: de flexibele krachtige energie die door je lichaam stroomt als je ontspannen en gezond functioneert. Wanneer je kwaliteit van de oefeningen wil garanderen zal er een continuïteit van oefenen nodig zijn. Het is belangrijk om heel objectief tegenover jezelf te staan, ben je bereid om af te leren, na te laten, en handelen naar gelang de omstandigheden hier naar vragen.
Aikido is handelen in dienst van de harmonie, en niet het verkrijgen van imposante technieken. Aikido kent ten opzichte van de aanvalslijn twee dimensies waarin je beweegt. Uitgangpunt is dat de tegenstander in "hanmi (half lichaam)" positie staat.
De 1e is de noord-zuid lijn, hier wordt mee bedoeld dat je beweegt naar je tegenstander toe; "irimi" of van je tegenstander af "tenkan". De 2e is de oost-west lijn, hier bedoelt men mee dat wanneer je over de noord-zuid lijn beweegt ook nog naar de buikzijde "Omote", of naar de rugzijde"Ura" kan verplaatsen.

De afstand tussen de beoefenaars is een dynamisch proces, waarbij psychologische en fysieke factoren een rol spelen: de intentie van de aanvaller, gezondheid/gesteldheid etc. Belangrijk is wel dat er voldoende ruimte blijft om de kwaliteit van de bewegingen te handhaven. Houd de afstand zo dat er tijd is om te reageren op impulsen van de tegenstander. Belangrijk is dan ook dat niet een gedeelte wordt gecontroleerd, maar het gehele beeld. Fixeer je niet op een punt maar zorg voor een algehele waakzaamheid "zanshin" genaamd. De bewegingen vinden plaats in cirkels, soepel en gecoördineerd, zonder dat de aanval(kracht) abrupt wordt afgebroken. Benut deze kracht juist en stuur deze vanuit een werkzaam centrum. De aanvaller wordt dan continu in beweging en uit balans gehouden.